21ste eeuw
|
| 334 | Met het verstrijken van het eerste decennium is er sprake van een - vooralsnog beperkte - geschiedenis van de stad Groningen in de 21e eeuw. Daarnaast worden in dit hoofdstuk feiten verzameld en ontwikkelingen gesignaleerd die naar verwachting op enige termijn een meer dan incidentele betekenis voor de stad zullen hebben.
- Deze uitgave (inmiddels al meer dan 12 jaar op internet), wordt regelmatig bewerkt en aangevuld. Laatste bewerking: 1 augustus 2010. De auteur is bereikbaar via k.feringa@home.nl. Een verklarend overzicht van straatnamen in Groningen, eveneens van zijn hand, is te vinden in de wikipedia.
| Omhoog |
|
|
| 335 | Aan het begin van de eeuw wordt Groningen, door het stadsbestuur gekarakteriseerd als 'energiek, intens en inspirerend', gepresenteerd als stedelijk alternatief voor de Randstad; als ‘stad in de ruimte’ die een stedelijk leefklimaat weet te combineren met (het behoud van) een goed bereikbaar, boeiend en gevarieerd landschap rondom.
Op grond daarvan worden Groningen, voor wat betreft z’n ontwikkelingsmogelijkheden, comparatieve voordelen boven andere economische kerngebieden in Nederland toegedacht. - In 2010 blijkt Groningen te behoren tot de top-5 van de meest aantrekkelijke woonplaatsen in Nederland. De zogeheten 'woonattractiewaarde' is in de periode 1997-2007 bovendien sterker toegenomen dan die van 47 van de 50 grootste Nederlandse steden (Atlas voor Gemeenten. De uitzonderingen zijn Nijmegen en Zwolle).
- In 2007 verschijnt de Duurzaamheidsvisie Groningen, waarin de ambitie om in 2025 de meest duurzame stad van Nederland te zijn. Ingezet wordt op het gebruik van duurzame energie, op behoud en versterking van ecologische waarden en op het tegengaan van geluidsoverlast. Gestreefd wordt naar een energieneutraal Groningen.
De positie van de stad en de omliggende regio wordt verder bepaald door de effecten van een toenemende economische globalisering, waarbij in Europa in het begin van de eeuw kansen worden gezien in het inzetten op kennis en (vooral) creativiteit. Een regio is een potentiële 'engine of prosperity'. Een stad niet meer alleen een verzamelplaats van sociale problemen, maar symbool van economische groei en vooruitgang. De sterke oriëntatie van de gemeenten op de rijksoverheid vermindert (steeds meer taken worden gedecentraliseerd) en de noodzaak de economische potentie en de identiteit van de eigen regio te benadrukken neemt toe. Groningen legt daarom bewust contacten met steden in het noorden van Duitsland, zoals Bremen en Hamburg en met een deelstaat als Mecklenburg-Vorpommern. De stad onderhoudt ook - samen met Oldenburg - vriendschappelijke en handelscontacten met de Chinese miljoenenstad Tianjin.- Eveneens samen met steden in Noord-Duitsland is een nieuw Hanzeverbond in het leven geroepen. Groningen ondertekent in 2008 het statuut. Het Hanzeverbond wordt een rol toegekend in economische stimuleringsprogramma's en in vormen van stadspromotie.
335.1 Groningen onderkent aan het eind van de jaren tien het toenemend belang van de ontwikkeling van Delfzijl/Eemshaven tot Energyport van Nederland. In dit gebied is sprake van (mogelijkheden voor) een omvangrijke energiegerelateerde bedrijvigheid. - Tegelijkertijd geldt hetzelfde gebied (de Eemsdelta) als krimpregio, waar in de periode 2010-2025 een bevolkingsdaling van 16 % en een daling van het aantal huishoudens van 13 % zal optreden. Het primair onderwijs zal 50 % minder leerlingen tellen; 60 % van de bevolking zal ouder zijn dan 50 jaar.
Een en ander veroorzaakt een forse discrepantie tussen de vraag naar en het aanbod van personeel en een uitstroom van jongeren naar Stad (en verder). Ook Oost-Groningen wordt beschouwd als een krimpregio, zij het in iets mindere mate.
Nederland gaat op 1 januari 2002 ook in het chartaal verkeer over op de sinds 1 januari 1999 bestaande Europese munteenheid : de euro. | Omhoog |
|
| 336 | Het maatschappelijk leven in Groningen wordt, meer nog dan in de 20e eeuw, eveneens sterk beïnvloed door processen van schaalvergroting. De sociale en beroepsnetwerken van de inwoners van stad en regio zijn daarvan een afspiegeling. Internet en andere nieuwe media spelen een belangrijke rol. De begrippen 'tijd' en 'ruimte' krijgen andermaal een nieuwe betekenis. De meeste Groningers beleven het 'stedelijk landschap' in al zijn uitingsvormen dan ook in steeds sterkere mate individueel en selectief. Voor velen (waaronder de meeste studenten) is Groningen bovendien niet meer dan een tijdelijke en toevallige woonplaats. Omgekeerd voelen anderen die in de stad werken, dan wel er een deel van hun tijd doorbrengen, zich op die gronden bij Groningen betrokken. - De stad telt dus een groot aantal 'deeltijdburgers', met alle gevolgen van dien voor de sociale cohesie, de betrokkenheid van de inwoners bij de stedelijke samenleving en voor het management van de stad als organisatie. Het gemeentebestuur kent in dit verband veel waarde toe aan contacten met informele, doelgerichte netwerken. De overheid investeert ook in vormen van maatschappelijke participatie, in toeleiding naar werk en onderwijs en in een scala van culturele voorzieningen.
- In 2010 maakt het gemeentebestuur voor het eerst gewag van onlustgevoelens onder de Stadjers over het ervaren van overlast als gevolg van het grote aantal studenten in de stad (27 % van de inwoners staat als student te boek). Zie ook par. 345.
| Omhoog |
|
| 337 | Ook in het eerste decennium van de 21e eeuw wordt het gemeentebestuur gedomineerd door de sociaal-democratische Partij van de Arbeid. In de periode 2006-2010 treedt, voor de tweede maal in de geschiedenis, een links meerderheidscollege aan (zie ook par. 268). Bij raadsverkiezingen brengt overigens nog geen 60 % van de kiesgerechtigde burgers een stem uit. In 2010 is het opkomstpercentage 54.1 %. Sinds de invoering van de Wet Dualisering Gemeentebestuur (2002) maken de wethouders geen deel meer uit van de gemeenteraad. De verhouding tussen het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad is nu als die tussen regering en parlement. De raad is daarbij het vertegenwoordigend, kaderstellend en controlerend orgaan. Het College is verantwoordelijk voor bestuur en uitvoering. In 2003 verschijnt het eerste burgerjaarverslag van de burgemeester (vanaf 2009 dr. Peter Rehwinkel). In 2001 wordt een referendum gehouden over de gemeentelijke plannen voor de herontwikkeling van de noordelijke wand van de Grote Markt. Bij een opkomst van 56.6 % worden de plannen met overweldigende meerderheid verworpen (81.2 %). Bij een tweede referendum, nu over de herontwikkeling van de oostzijde van de Grote Markt (2005), is de opkomst slechts 38.6 %. Het referendum voldoet daarmee niet aan de eisen en wordt beschouwd als niet te zijn gehouden. Een meerderheid van de opgekomen kiezers (53.4 %) gaat overigens akkoord met de plannen. - In de plannen voor de noordelijke wand was ook de bouw van een parkeergarage onder het eigenlijke marktplein opgenomen. Met name dit onderdeel ontmoette veel verzet, mede gezien het veronderstelde gevaar van de toegangsroute langs de Martinitoren ('toor'n gait ja schaif stoan').
| Omhoog |
|
|
| 338 | Zowel de - nooit door de Tweede Kamer vastgestelde - Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening (2000), als de Nota Ruimte (2005) noemt het gebied Groningen – Assen een stedelijk netwerk van nationaal belang, deels ook economisch kerngebied.
- Het in 1996 gesloten convenant Regio Groningen – Assen 2030 (par. 272) vormt het kader voor een regionale ontwikkelingsvisie (in 2003 en 2009 geactualiseerd). Versterking van landschappelijke kwaliteit in het algemeen en van de verbindingen tussen stad en landschap (stadsrandzones) in het bijzonder blijven speerpunten van beleid. De 'Koningsas', de cultuurhistorisch zeer waardevolle verbinding Assen-Groningen, vraagt bijzondere aandacht. Juist hier moet duidelijk worden dat wonen, recreatie en economische activiteiten goed kunnen samengaan met de kwaliteit van het landschap.
De winning van aardgas in de provincie Groningen (sinds 1959) heeft voor de stad Groningen een bodemdaling tot gevolg: gemiddeld 10 cm. (2004). De hogere waterstanden die daarvan het gevolg zijn maken in het begin van de eeuw een verhoging van kades en dijken noodzakelijk (Hoornsediep, Eemskanaal). Er worden in de stad ook
niet-natuurlijke aardbevingen waargenomen (tot 3.5 op de schaal van Richter, augustus 2006). De combinatie van bodemdaling en zeespiegelstijging maakt dat de provincie Groningen kwetsbaarder wordt in het geval van extreme weersituaties.- In de kern van het gaswinningsgebied treedt een bodemdaling van 0.30 - 0.40 m. op. Gerekend wordt met een zeespiegelstijging van 0.20 - 0.40 m. tot 2050 en 0.65 - 1.30 m tot 2100. Bij een stijging van 1 m. zonder adequate aanpassing van de dijkhoogten (inmiddels voorzien vanaf 2015) blijft in de provincie Groningen alleen een deel van Westerwolde gespaard.
Op 1 juli 2008 wordt een nieuwe Wet ruimtelijke ordening van kracht. Daarin worden gemeenten ruimere bevoegdheden toegekend, onder meer op het punt van het vaststellen van bestemmingsplannen. Het fenomeen 'streekplan' komt in de wet niet meer voor. Het 'structuurplan' is vervangen door een 'structuurvisie'.- In verband met de aanleg van een transferium bij de Peizerweg is in 2008 een beperkte grenswijziging overeengekomen met de gemeente Noordenveld (ten gunste van Groningen). Daarmee is ook de provinciale grens met Drenthe gewijzigd.
| Omhoog |
|
| 339 | Nog juist in de 20e eeuw verschijnt ‘De stad van straks extra: Groningen in 2010’, een ontwikkelingsprogramma voor stedelijke vernieuwing. Het wordt in 2008 gevolgd door 'De stad op scherp', een ruimtelijke ontwikkelingsvisie die reikt tot 2025. Enkele hoofdlijnen uit beide nota's:
- Verruiming en versterking van de binnenstad met gebieden met specifieke functies zoals de Westerhaven, bestemd voor grootschalige detailhandel (in 2001 gereed gekomen, commercieel een succes, maar door stedenbouwkundigen bekritiseerd wegens het verlies aan openbare ruimte); het Ebbingekwartier (laboratorium, werkplaats en podium voor creatieve functies, 2007); het Sontplein (grootschalige detailhandel, 2007).
- Hoogwaardige gebiedsontwikkeling langs de as Sontweg - Driebond (onder meer de toegangsroute naar Meerstad); idem in het gebied Europapark/Kempkensberg en in het Zernike-sciencepark. Ontwikkeling van het gebied ten noorden van het UMCG (Bodenterrein) en het Martiniziekenhuis. Een gebied als de stationsomgeving (-zuid) dient op den duur internationale allure te krijgen. De zgn. 'Diepenring' zal opnieuw worden ingericht (vanaf 2009).
- Programma’s van wijkvernieuwing, met sloop, renovatie/herindeling en nieuwbouw van (sociale huur)woningen; het voorkomen van een eenzijdige bevolkingsopbouw; aandacht voor buurteconomie en het sociaal-cultureel voorzieningenniveau; beheers- en onderhoudsprogramma’s. Gestreefd wordt naar levensloopbestendige woonmilieus en naar onderscheidende wijken.
Het door het Rijk geinitieerde grotestedenbeleid wordt in de 21e eeuw voortgezet met soortgelijke programma's in zgn. 'Vogelaarwijken' (naar de gelijknamige minister).
- De ontwikkeling van nieuwe - thematische – bedrijventerreinen en kantoorlocaties; de herstructurering van bestaande terreinen.
- De verdere uitbouw van de zuidelijke ringweg (met een gedeeltelijk verdiepte ligging en overkluizingen of 'tunneldeksels', zoals in 2009 definitief wordt besloten); het aanbrengen van ongelijkvloerse kruisingen in de oostelijke ringweg.
| Omhoog |
|
| 340 | In 2003 wordt vastgesteld de Binnenstadsvisie 'Hart in de Stad', met als hoofddoelstellingen het behoud van de multifunctionaliteit en het versterken van de uniciteit van Groningen in nationaal opzicht. Het karakter van de binnenstad wordt ook in het begin van de 21e eeuw verder voor een belangrijk deel bepaald door de wijze waarop de detailhandel zich ontwikkelt. Het aantal zelfstandige ondernemers neemt af; het aantal filialen van landelijke ketens vertoont een stijgende tendens. - In de binnenstad is vooral sprake van boodschappen doen, vergelijkend winkelen en recreatief winkelen. Een vierde variant, het doelgericht winkelen, ondervindt concurrentie van woonwarenhuizen, meubelboulevards en tuincentra, die buiten de binnenstad zijn gevestigd. Het belang van specifieke vrijetijdsvoorzieningen in de binnenstad wordt groter.
Er is ook aandacht voor het beheer en de promotie van de binnenstad in de vorm van binnenstadsmanagement en citymarketing. Het aantal binnenstadsbezoekers bedraagt in 2009 plm. 32 miljoen. Verwacht wordt dat dit aantal tot 40 miljoen zal stijgen na het gereedkomen van het Groninger Forum (zie par. 341). Er wordt een jaarlijkse omzetgroei van 2 % gegenereerd. Niet-inwoners zijn verantwoordelijk voor 60 % van de bestedingen. Van de binnenstadsbezoekers kan 16 % als toerist worden aangemerkt. Groningen is in 2006 de vijfde stad in Nederland voor wat betreft de aantallen dagtoeristen (4.5 miljoen). - In 2006 komt een onderzoek gereed naar de haalbaarheid van een kabelbaan tussen stadion Euroborg en de Grote Markt (via het UMCG). De (toeristische) vervoerspotentie wordt hoog ingeschat. Een jaar later blijkt het gemeentebestuur definitief niet te willen meewerken aan de eventuele realisatie van het trajectgedeelte UMCG - Groninger Forum. Het initiatief is daarmee voorlopig van de baan.
- De VVV gaat in 2003 op in het Marketingbureau Groningen. In 2004 wordt besloten de 'provinciale' slogan 'Er gaat niets boven Groningen' (1989) ook voor de positionering van de stad Groningen in te zetten. De gemeente Groningen gebruikt vanaf 2008 daarnaast de enkele aanduiding 'Stad.'.
In 2004 wordt - uit toeristische overwegingen - een 30-tal gangen in de binnenstad opgeknapt en van informatiepanelen voorzien.
| Omhoog |
|
| 341 | In november 2004 is een plan gepresenteerd in het kader van de herontwikkeling van de oostelijke wand van de Grote Markt. Het plan omvat onder meer - aan een nieuw plein achter de Grote Markt - de bouw van het Groninger Forum. - Het forum wordt omschreven als een 'een innovatief, mensgericht expertisecentrum voor informatie, cultuur, geschiedenis, film en debat'. In het Groninger Forum werken samen het Groninger Museum, het Regionaal Historisch Centrum, de Groninger Archieven/het Groninger AudioVisueel Archief, de Openbare Bibliotheek met de Volksuniversiteit, Filmtheater Images en het debatcentrum Dwarsdiep. Het project dient mede om de identiteit van Groningen te versterken, evenals de toeristische infrastructuur. In juni 2009 stelt de gemeenteraad het definitief ontwerp vast.
De oostelijke wand van de Grote Markt wordt in het plan dichter naar het marktplein gesitueerd. Er zullen winkels en horeca-ondernemingen een plaats kunnen vinden. Ook wordt gedacht aan een hotel. De uitmonding van het Martinikerkhof op de Grote Markt - met als hoekpand een nieuw gebouw voor studentensociëteit Mutua Fides - wordt versmald. Het geheel zal in 2016 voltooid zijn en is mede bedoeld om 'de Grote Markt zijn grandeur terug te geven'. - De inwoners van Groningen (en ook anderen) hebben in januari 2007 kunnen kiezen uit een zevental ontwerpen van gerenommeerde architecten voor het Groninger Forum. Uitgebracht zijn niet minder dan 21.600 stemmen.
Voor wat de ontwikkeling van de noordelijke wand van de Grote Markt en van het marktplein zelf betreft is er vanaf 2007 een discussie gaande over het bouwblok tussen Kreupelstraat en O.Ebbingestraat. | Omhoog |
|
| 342 | In het noordoostelijk deel van de voormalige vestinggordel wordt in het begin van de eeuw de wijk Ciboga gebouwd (plm. 1.200 woningen). Ciboga sluit aan op de Korreweg en op het AZG. In 2003 vindt een ingrijpende herziening van het stedenbouwkundig plan plaats. De architectuur wordt versoberd, maar de wijk blijft autoluw. In het begin van de eeuw wordt ook gebouwd in de buitenwijken Piccardthof, Gravenburg en Reitdiep (in deze wijk o.m. ook een jachthaven met 200 ligplaatsen), terwijl een aanvang wordt gemaakt met het bouwen van woningen in de nieuwe wijken De Linie (rond de Euroborg en het oostelijk deel van de voormalige Helperlinie) en De Held III. In 2004 wordt, onder de naam 'De Intense Stad', een plan gepresenteerd met 35 bouwlocaties binnen de bestaande stad, geschikt voor functiemenging en verdichting. In 2006 wordt een eerste object gerealiseerd (de Palladiumflat in Vinkhuizen). Aansluitend is er in 2009 een plan om op 30 locaties grondgebonden laagbouwwoningen te realiseren. - In 2002 wordt een verdubbeling van het aantal tot 2010 te bouwen woningen aangekondigd (tot 1.800 woningen per jaar). Deze doelstelling wordt in de jaren daarna niet gehaald. In 2004 worden slechts 600 nieuwe woningen gebouwd; in 2009 plm. 1.300.
Airconditioning in particuliere woningen vindt in het begin van de eeuw op bredere schaal toepassing. - De sluiting van één van de suikerfabrieken in 2008 (zie par. 366) heeft tot gevolg dat 3-400 ha bedrijventerrein (inclusief vloeivelden) op een binnenstedelijke locatie beschikbaar komt voor andere doeleinden. Besloten is voor het gebied vooralsnog geen nadere plannen te ontwikkelen, om met name de ontwikkeling van Meerstad niet in gevaar te brengen.
| Omhoog |
|
| 343 | Oostelijk van de stad, deels op grondgebied van de gemeente Slochteren, wordt in 2008 begonnen aan de bouw van Meerstad , een zelfstandig woongebied dat uiteindelijk plm. 10.000 woningen zal omvatten. Meerstad - globaal het oude Scharmerzijlvest - krijgt daarnaast een belangrijke functie als recreatiegebied, tevens waterberging (600 ha: groter dan het Zuidlaardermeer). De eerste woningen zullen in 2011 gereed zijn. Met de gemeente Slochteren is bestuurlijk een Gemeenschappelijke Regeling overeengekomen. In 2005 is een begin gemaakt met woningbouw in de wijk Ter Borch in Eelderwolde, deels in de gemeente Tynaarlo. De wijk zal 1.250 woningen tellen en worden ontwikkeld in samenwerking met de Vereniging Natuurmonumenten. Een groot deel van het recreatiegebied Kardinge wordt (2004) door Natuurmonumenten beheerd. | Omhoog |
|
| 344 | De architectuur in Groningen kenmerkt zich aan het begin van de eeuw niet meer door confrontatie en conflict, maar door een 'herinterpretatie van het verleden'. De stadsbouwmeester ziet als oorzaak het tegemoet willen komen aan het toenemend verlangen naar een vertrouwde omgeving dicht bij huis: gevolg van de mondialisering. De architectuurnota 'Tekenen voor de stad' (2006) benadrukt nog eens de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de ruimtelijke en sociale samenhang in de inrichting van de stad. In 2010 spreekt het gemeentebestuur uit bijzondere aandacht te willen geven aan de kwaliteit van architectuur en stedebouw. Hetzelfde geldt voor het cultureel erfgoed. In mei 2002 is door de gemeenteraad een beleidsnota hoogbouw vastgesteld. Ook in Groningen wordt nu hoogbouw mogelijk (in gebieden buiten de historische binnenstad), mits het gaat om kwalitatief hoogwaardige architectuur die bovendien op de begane grond functioneel goed is in te passen. - Inmiddels is een initiatief ontwikkeld voor een 150 m. hoge Emmatoren (48 verdiepingen) in het stationsgebied. De realisering ervan laat evenwel op zich wachten. Twee nieuwe rijkskantoorgebouwen langs de Weg der Verenigde Naties bij Kempkensberg worden tot 92 m. hoog. (De Martinitoren meet 97 m.).
| Omhoog |
|
| 345 | In het begin van de eeuw verzorgt een zestal woningbouwcorporaties (w.o. die in de vroegere gemeenten Hoogkerk en Noorddijk) de bouw en het beheer van sociale huurwoningen. In 2001 wordt de naam van woningbouwvereniging Volkshuisvesting gewijzigd in IN. Onder de naam Lefier is IN in 2009 samengegaan met enkele niet-Groningse corporaties. In 2003 fuseren de corporaties in Hoogkerk en Noorddijk tot de nieuwe corporatie Woonstade.
- Overigens verstrekt het rijk sinds 1995 geen subsidies meer voor de bouw van sociale huurwoningen. Daarmee is de rol van de woningbouwcorporaties niet meer fundamenteel verschillend van die van projectontwikkelaars. Ook in Groningen worden sociale huurwoningen verkocht om met de opbrengst daarvan in nieuwbouw en wijkvernieuwing te kunnen investeren.
De marktwerking heeft in het begin van de eeuw een groot tekort aan betaalbare woningen tot gevolg. Bovendien is het voor de gemeentelijke overheid niet meer mogelijk om met behulp van subsidies gewenste ontwikkelingen volledig te sturen. - Het aantal panden dat mag worden bestemd voor kamerverhuur (aan studenten) wordt - in overleg met bewoners - per wijk vastgesteld (2010). In de binnenstad geldt geen beperking. Tot 2014 zullen - op basis van de Structuurvisie Wonen 2010-2020 - 4.500 extra wooneenheden voor jongeren worden gebouwd.
| Omhoog |
|
| 346 | Het stedelijk glasvezelnet is aangesloten op het Europese net en op het (in de Eemshaven aanlandende) Tycom global Network. Groningen Internet Exchange (GN-IX) is een internationaal internet-knooppunt. In de stad (en bij de Eemshaven) staan grote internationale datacentra, onder meer van Google. Een draadloos wi-fi netwerk voor de binnenstad komt in 2009 gereed. Het kent geen hotspots. Draadloos Groningen moet in 2011 in de gehele gemeente operationeel zijn. In 2009 heeft 90 % van de Nederlandse huishoudingen toegang tot internet. Het aantal vaste telefoonaansluitingen vertoont een dalende tendens. | Omhoog |
|
| 347 | In 2006 stelt het gemeentebestuur vast dat binnen Groningen de nog steeds toenemende automobiliteit stuit op fysieke en milieugrenzen. Daarom wordt onder meer ingezet op verruiming van de capaciteit van de ringwegen. In het eerste decennium van de eeuw gaat het daarbij om de zuidelijke en westelijke ringweg. Met name de zuidelijke ringweg is een knelpunt. - Van het aantal vervoersbewegingen naar en vanuit de stad (160.000 per dag) vindt 74 % per auto plaats en 16 % met het openbaar vervoer. Tot 2020 wordt een toename voorzien tot 215.000 vervoersbewegingen. De inkomende werkpendel (60.000) is 2.25 maal de uitgaande pendel. Het aantal motorvoertuigen in de gemeente Groningen bedraagt in 2009 in totaal 79.700 (het aantal personenwagens 65.800).
- Een extra verbinding tussen de rijkswegen A28 en A7, waarvan sinds 1995 sprake is (par. 290), wordt in 2009 definitief geschrapt uit het Provinciaal Omgevingsplan. Een verkorte verbinding tussen A7 en Beneluxweg komt in hetzelfde jaar gereed.
| Omhoog |
|
| 348 | De exploitatie van de spoorlijnen van Groningen naar Nieuweschans (-Leer), Delfzijl en Roodeschool is sinds mei 2000 gegund aan het bedrijf Arriva (eerder NoordNed). Vanaf oktober 2007 is aan de lijn Groningen - Nieuweschans ook een voorlopige halte Groningen-Europapark geopend. Het eigenlijke station - met een veel bredere functie - zal eind 2012 gereed zijn. - Arriva exploiteert sinds 1999 ook de lijn naar Leeuwarden en de nevenlijnen in Friesland. In de periode 2002 - 2008 stijgt het vervoer op de regionale lijnen in Groningen gemiddeld met 27 %; dat op de lijn naar Nieuweschans zelfs met 56 %.
-
Een verbinding voor regulier reizigersvervoer met Veendam is aangekondigd voor april 2011. Aansluitend zal mogelijk de verbinding met Stadskanaal worden hersteld (2013).
- In 2006 komt bij het station Groningen een stallingsmogelijkheid voor 4.500 rijwielen gereed (in 2010 uitgebreid met nog eens 650 plaatsen). Er zijn dan in totaal plm. 9.000 stallingsplaatsen. In 2020 zullen 15.000 plaatsen noodzakelijk zijn.
In november 2007 besluiten het kabinet en de Tweede Kamer opnieuw geen snelle spoorverbinding tussen Amsterdam en Groningen aan te leggen. Voor zo'n verbinding - liefst uit te voeren als magneetzweefbaan - is sinds 1992 door de Noordelijke provincies gelobbied. - Een Zuiderzeelijn in de vorm van een hogesnelheidslijn zou niet verantwoord te exploiteren zijn en het 'ruimtelijk-economische structurerend rendement' is te beperkt. Een nieuwe regionale spoorlijn Groningen - Drachten - Heerenveen maakt deel uit van het - in 2008 overeengekomen - vervangend pakket aan maatregelen. De lijn zal in 2018 gereed kunnen zijn.
| Omhoog |
|
| 349 | Het rioleringsstelsel heeft eind van de jaren tien een lengte van plm. 875 km. Zie ook par. 300. | Omhoog |
|
| 350 | Het stads- en streekvervoer is in het begin van de eeuw geconcentreerd aan de noordzijde van het station Groningen. In 2002 gaat het daarbij om 3.000 bussen per dag, die tezamen 23 lijnen naar de verschillende stadswijken en 53 streeklijnen bedienen. Snelbussen als die naar Emmen, Assen en Drachten rijden tijdens de spitsuren elk kwartier.
De plannen voor het toekomstig openbaar vervoer in de regio (het Kolibri OV-netwerk) voorzien ook in tramverbindingen met onder meer Zernike, Kardinge en Meerstad. De gemeente denkt daarmee en kwaliteitsimpuls te geven aan het openbaar vervoer. De lijn naar Zernike is in 2014 gereed; die naar Kardinge in 2015. (Voor de tramverbindingen in de 20e eeuw zie par. 294.) - De verbindingen tussen het stadscentrum en de grote P&R-terreinen worden sinds 1994 onderhouden met speciale citybussen (1.5 miljoen passagiers in 2007). De lijn Haren-Bornholmstraat via Grote Markt en UMCG telt gemiddeld 650.000 passagiers per jaar.
- Tot de tramlijnen in bedrijf zijn rijden, behalve de citybussen, nog 900 andere bussen per dag door de binnenstad.
| Omhoog |
|
| 351 | Sinds 1984 is sprake van plannen voor baanverlenging op Airport Groningen Eelde. Het initiatief is sindsdien verstrikt geraakt in een reeks van vertragende procedures. In 2008 spreekt de Raad van State uit dat de rijksoverheid geen financieringstoezegging had mogen doen zonder daarvoor tevoren toestemming te vragen aan de Europese Commissie. Eind 2009 wordt die toestemming alsnog verleend. Het finale besluit van de rijksoverheid is in maart 2010 bekend gemaakt. Ook daartegen is bij de Raad van State echter weer beroep ingesteld. De feitelijke verlenging van de baan zou in 2011 kunnen beginnen. | Omhoog |
|
|
| 352 | De gemeente Groningen (oppervlakte 83.7 km2) heeft per 1 januari 2010 plm. 187.600 inwoners (medio 2000 plm. 173.500, per 1 januari 2009 184.500). Een inwoneraantal van 200.000 wordt geprognosticeerd voor 2018. In 2009 is 11.3 % van de bevolking 65 jaar of ouder (dit percentage zal rond 2025 20 % bedragen, in 2002 was het 12.5 %); de leeftijdsgroep 20 - 29 jaar omvat ruim 26 % van de bevolking. De gemiddelde levensverwachting in Nederland aan het begin van de eeuw is voor mannen 78 jaar; voor vrouwen 82.3 jaar. Gerekend wordt met een stijging van twee jaar per decennium. Het aantal huishoudens in de stad bedraagt in 2009 88.100. Daaronder 39.200 eenpersoonshuishoudens; 29.200 meerpersoonshuishoudens zonder kinderen en 19.900 huishoudens met kinderen. Het aantal eenpersoonshuishoudens zal tot 2025 nog oplopen met ruim 24 %, het aantal tweepersoonshuishoudens met 15 %. Het aantal allochtonen in 2000 bedraagt 30.700 (17.5 % van de bevolking; in 2009 19.7%: de helft daarvan is afkomstig uit een niet-westers land). Daaronder 4.400 Duitsers, 3.100 Surinamers en 3.200 Antillianen en Arubanen. Van Turkse origine zijn 1.300 Groningers; van Marokkaanse herkomst 1.000 Groningen telt aan het begin van de eeuw 83.300 zelfstandige woningen (1.021/km²). De bevolkingsdichtheid is (2009) 2.200 inwoners/km2.
| Omhoog |
|
|
| 353 | De betekenis van de historische kerkgenootschappen als bezielende instituties die de sociale cohesie binnen de Nederlandse samenleving bevorderen, is in het begin van de 21e eeuw nagenoeg vervallen. Religie, c.q. spiritualiteit wordt in toenemende mate individueel, dan wel in lossere verbanden beleefd. Evangelische gemeenten beleven een opbloei, die deels ten koste gaat van meer traditionele groeperingen. In Groningen (en Haren) rekent - volgens een beperkt onderzoek van de RUG in 2003 - 76 % van de inwoners zich niet meer tot een kerkgenootschap. In het geheel niet meer religieus georiënteerd is plm. 60 % van de bevolking (2007). Genoemde ontwikkeling houdt niet in dat normen en waarden die zijn ontleend aan de christelijke godsdienst hun betekenis volledig hebben verloren. Van een daarop gebaseerde 'publieke religie' kan evenwel niet meer worden gesproken.
353.1. In 2004 vindt een fusie plaats tussen de Nederlandse Hervormde Kerk (daarin begrepen de Eglise Wallonne), de Gereformeerde kerken in Nederland en de Evangelisch Lutherse kerk. In Groningen telt deze Protestantse Kerk in Nederland in 2009 nog ca. 13.650 leden (7.4 % van de bevolking). De evangelisch-lutherse streekgemeente (120 leden uit de stad) functioneert zelfstandig. Ongeveer 36 % van de leden van de PKN is belijdend lid, de andere zijn zgn. 'doopleden'. Een interne prognose van de PKN (2006) gaat voor het gehele land uit van een ledenverlies van plm. 25 % in tien jaar. - In Groningen en Haren noemt in 2003 ca. 6 % van de inwoners zich rooms-katholiek; tot een andere kerkelijke gezindte behoort 9.8 %. De laatste groep valt - op basis van historische gegevens - onder te verdelen in vrijzinnige groeperingen (vrijzinnig hervormden, doopsgezinden en remonstranten) <1 %; orthodoxe groeperingen als de reformatorische kerken (3.8 %, daaronder gereformeerd vrijgemaakten) en evangelische gemeenten (2.5 %, daaronder baptisten, pinkstergemeenten, Leger des Heils en zevendedagsadventisten); overige 2.5 % (daaronder enkele orthodoxe kerken van buitenlandse origine, apostolische gemeenten, de joodse gemeente, etc.).
- Het aantal feitelijke kerkgangers beperkt zich bij de protestantse en de rooms-katholieke kerk tot plm. 8 % van het aantal geregistreerde leden. Bij sommige andere kerkgenootschappen ligt het hoger.
Aan de historische (d.w.z. vóór 1900 gebouwde) kerken die (deels) aan hun aanvankelijke bestemming zijn onttrokken is in 2004 toegevoegd de Remonstrantse kerk (1883, Coehoornsingel). De Martinikerk en de Nieuwe Kerk zijn op zondag opnieuw in gebruik als regulier kerkgebouw, nadat nieuwere gebouwen zijn afgestoten. Van de jongere kerken worden in 2008 gesloten de Gereformeerd vrijgemaakte Noorderkerk (Akkerstraat, 1920, te verbouwen tot appartementengebouw) en de Baptistenkerk aan de Meeuwerderweg (1927). De naam van het r.k. bisdom Groningen wordt in 2006 gewijzigd in bisdom Groningen-Leeuwarden. | Omhoog |
|
| 354 | Bij de aanvang van de eeuw loopt 15 % van de 40.000 jongeren (- 23 jaar) het risico van normoverschrijdend gedrag.
Van de inwoners van Groningen heeft 22 % te kampen met een ernstige psychische problematiek; 8 % met eenzaamheid (2007). - Plm. 800 inwoners maken gebruik van voorzieningen voor maatschappelijke opvang (2008). Verder zijn er 800 problematische drugsverslaafden (van de in totaal 1.900 drugsverslaafden). Een 550-tal inwoners wordt behandeld wegens alcoholverslaving (16 % van de volwassenen drinkt ten minste 1x per week zes glazen of meer); 55 wegens een gokverslaving. Tot 200 personen veroorzaken overlast.
Om overlast en (gewelds)criminaliteit tegen te gaan voert de overheid een veiligheidsbeleid (met instrumenten als cameratoezicht en - in beginsel - elektronisch toezicht en nachtdetentie).
In het begin van de eeuw (2007) is bij 41 % van de volwassen Groningers sprake van overgewicht. | Omhoog |
|
| 355 | De Algemene Bijstandswet (oorspronkelijk uit 1965) wordt in 2004 vervangen door de Wet Werk en Bijstand. De nieuwe wet verplicht in beginsel iedereen om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te zoeken en te aanvaarden voordat een uitkering kan worden verkregen. De sinds 1996 bestaande mogelijkheid om bepaalde groepen uitkeringsgerechtigden collectief toeslagen toe te kennen is vervallen. Jongeren tot 30 jaar zijn verplicht in ruil voor een uitkering door de gemeente op te leggen activiteiten te verrichten. In Groningen zijn er (2003) 8.500 uitkeringsgerechtigden in het kader van de ABW, plm. 5 % van de stadsbevolking. In 2009 zijn er 7.860 WWB- uitkeringsgerechtigden Van alle Groningse huishoudens behoren 31 % tot de laagste inkomensgroepen; 12 % tot de hoogste. De invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning vanaf 2007 vergroot de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor een reeks zorgvoorzieningen, tot dusverre geregeld op rijksniveau. Daaronder de volledige thuiszorg, voorzieningen voor ouderen en gehandicapten, het verstrekken van hulpmiddelen en woningaanpassingen.
| Omhoog |
|
| 356 | De voorzieningen voor kinderopvang (ruim 1.000 plaatsen in 2003) worden gevarieerder. Vanaf 2007 zijn basisscholen verplicht te voorzien in voor-, tussen- en naschoolse opvang van hun leerlingen. | Omhoog |
|
| 357 | In 2005 verandert de naam van het Academisch Ziekenhuis Groningen in Universitair Medisch Centrum Groningen (UCMG), dat niet alleen het ziekenhuis, maar ook de medische faculteit van de RUG omvat. Het ziekenhuis telt 1340 bedden. Een nieuw Martini-ziekenhuis (580 bedden) aan de Van Swietenlaan wordt in 2007 in gebruik genomen. | Omhoog |
|
|
| 358 | De stad Groningen beschikt in 2005 over een tiental vensterscholen. Dit aantal zal nog worden uitgebreid.
- Het uit Scandinavië afkomstige concept van de vensterschool gaat uit van de wederzijdse beïnvloeding van school en buurt en is gericht op de opvoeding van kinderen tot 15 jaar en van hun ouders.
Praktisch is de school een samenwerkingsverband van een reeks instellingen, die – ook na de reguliere schooltijden - gedurende een zogenaamde ‘verlengde schooldag’ een breed scala aan activiteiten aanbieden. Voorbeelden daarvan zijn: kinderopvang, peuterspeelzalen, muziekonderwijs, culturele activiteiten, sport, opvoedingsondersteuning en volwasseneneducatie. Het gemiddelde deelnamepercentage is 33 % (in 2002).
Het concept, in Nederland voor het eerst toegepast in Groningen, staat inmiddels ook wel bekend als ‘brede school’.
Alle leerlingen in het basisonderwijs behoren in 2004 in het bezit te zijn van een ‘digitaal rijbewijs’. Op een enkele school wordt in dat jaar ook Engelse les gegeven.
In 2002 vindt een fusie plaats tussen de schoolbesturen in het protestants en katholiek basisonderwijs (samen 11 basisscholen). Vanaf 2010 vallen alle openbare scholen onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de Openbaar Onderwijs Groep Groningen. Het gaat dan om 21 basisscholen, 6 scholen voor voortgezet onderwijs en 3 scholen voor speciaal onderwijs.
| Omhoog |
|
| 359 | In 2003 bereiken de gemeente en de scholen voor (voorbereidend) middelbaar beroepsonderwijs o.m. overeenstemming over een betere afstemming tussen de theorie- en praktijklessen. Dit met name om vroegtijdige schooluitval te voorkomen. Het VMBO wordt bezocht door 65 % van de leerplichtige jeugd. | Omhoog |
|
| 360 | Aan het begin van de eeuw is 40 % van de bevolking hoog opgeleid (ten minste een HBO-opleiding), 18 % is laag opgeleid (hoogstens VMBO). In 2008 zijn de cijfers 48% en 14%. Er zijn in 2001 20.100 studenten aan de Rijksuniversiteit (2009: 25.400) en 18.200 (2009: 23.500) aan de Hanzehogeschool. De RUG stelt zich in 2007 tot doel het aantal buitenlandse studenten in zeven jaar te brengen op tot 5.000. Tot de onderwijsinstellingen in de stad behoort onder meer een reeks kunstvakopleidingen: op het gebied van beeldende kunst en vormgeving, theatervormgeving, nieuwe media, een conservatorium, een dansacademie en een academie voor popcultuur. Al deze opleidingen spelen een rol in de beoogde ontwikkeling van Groningen als creatieve stad. Zowel de Rijksuniversiteit als het UMCG ambieert rond 2010 een rol als onderzoeksuniversiteit met internationale opleidingen. De Hanzehogeschool focust zich op Azië. | Omhoog |
|
|
| 361 | Groningen kent in het begin van de eeuw een omvangrijk en gevarieerd cultureel aanbod, mede gerelateerd aan de aanwezigheid van vele grote onderwijsinstellingen en hun studenten. Groningen kent - na Amsterdam en Utrecht - in Nederland het grootste aanbod aan podiumkunsten (2006). Het gemeentelijk cultuurbeleid is nauw verbonden met het economisch beleid. Het Groninger Museum heeft medio 2000 aangekondigd zich vooral te willen profileren als kunstmuseum. Een accent ligt daarbij op het Noord-Europees expressionisme, w.o. het werk van de 'De Ploeg'. De historische collectie van het museum zal in de nabije toekomst tot haar recht komen in het Groninger Forum (par. 340). In 2010 wordt het gebouw gerenoveerd en gemoderniseerd. - Het Groninger Museum ontvangt op jaarbasis gemiddeld 215.000 bezoekers (in 2009: 228.000 bezoekers). Een expositie gewijd aan de Russische schilder Ilja Repin trekt in 2002 in vier maanden alleen al ruim 250.000 bezoekers. Dergelijke tentoonstellingen worden mede mogelijk gemaakt door fondsen uit het bedrijfsleven. Van de bezoekers komt 60 % uit de Randstad en 30 % uit Noord-Nederland; plm 70 % is 55 jaar of ouder.
| Omhoog |
|
| 362 | Groningen kent van oudsher nog andere musea. In 2003 verliest echter het Natuurmuseum zijn museumfunctie. Het wordt nog voortgezet als Educatief Centrum voor Natuur en Milieu, maar functioneert als zodanig onvoldoende. Eind 2007 wordt het gesloten. Het aan de Rijksuniversiteit verbonden volkenkundig museum 'Gerardus van der Leeuw' wordt in 2003 opgeheven. De collectie is ingebracht in het nu Wetenschapsmuseum genoemde Universiteitsmuseum. In april 2004 is - na 11 jaar voorbereiding - een stripmuseum geopend. Het telt plm. 40.000 bezoekers per jaar. Aangekondigd is een permanente tentoonstelling over het joodse leven in het algemeen en dat van de joden in de stad Groningen in het bijzonder. Het Joods Historisch Museum zal worden ondergebracht in de synagoge. De villa 'Wall House' van de Amerikaanse architect John Hejduk (gebouwd 2001 in de wijk Hoornse Meer) heeft een functie als gastatelier voor kunstenaars en archtitecten (2005).
Kernvoorziening voor het cultuurhistorisch erfgoed is het Regionaal Historisch Centrum Groninger Archieven (waarin eerder het Rijks- en het Gemeentearchief zijn opgegaan). | Omhoog |
|
| 363 | In 2001 wordt - in het kader van stadspromotie - een culturele manifestatie gehouden onder de naam 'Blue moon'. Het festival volgt op een soortgelijk evenement 'A star is born', gehouden in 1997. Ook nu is weer gezocht naar een verbinding tussen kunst en architectuur. - Groningen kent aan het begin van de eeuw ruim 20 kunstfestivals, waaronder de fotomanifestatie Noorderlicht (ong. 26.000 bezoekers per jaar), het muziek-, dans- en theaterfestival Noorderzon (120.000), de popfestivals Noorderslag (in 2004 een 'festival van Europese allure'), Eurosonic en Grunn'sonic (20.000), het jongerenfestival New Attraction (2003), het TakeRoot-festival voor Amerikaanse muziek (1997) en het jazzfestival Swingin' Groningen (100.000). Het Peter de Grote Festival (kamermuziek, ook op Schiermonnikoog) dateert uit 1997. Van jongere datum (2002) is ook het metalfestival Noordschok.
De bioscoop Concerthuis/The Movies heet in 2002 art house Images. Bioscoop Camera wordt in 2006 gesloten en vervangen door een mega-bioscoop in de Euroborg. In 2002 wordt een officiële stadsdichter aangesteld. Hij heeft onder meer tot taak een gedicht te schrijven bij bijzondere gebeurtenissen waarbij de stad is betrokken. In de stad zijn plm. 700 kunstenaars werkzaam (2003).
| Omhoog |
|
| 364 | Het Nieuwsblad van het Noorden (oplage dan 112.000 exemplaren), het Groninger Dagblad en de Drentse Courant fuseren in april 2002 tot één nieuw Dagblad van het Noorden met in 2003 een gemiddelde oplage van plm. 170.000 exemplaren. Het blad wordt ook verspreid in het Duitse Emsland (2004). Begin 2009 is de oplage gedaald tot 143.000 exemplaren (in de gemeente Groningen 17.700 ex.; op het totaal van postale uitgiftepunten een dekkingspercentage van 18 %). Vanaf 1 april 2010 verschijnt het dagblad op tabloidformaat. De oplage van alle dagbladen vertoont een dalende tendens (plm. 3 % per jaar). Een betaald abonnement, c.q. het lezen van kranten als zodanig, is (onder jongeren) in het begin van de eeuw niet meer vanzelfsprekend. - Hazewinkel Pers, uitgever van onder meer alle dan in de provincie Groningen verschijnende dagbladen, start in 2000 met een stadseditie van het Groninger Dagblad (oorspronkelijk de Winschoter Courant). Het blad concurreert rechtstreeks met het Nieuwsblad van het Noorden, maar wordt in 2002 weer opgeheven.
Naar de plaatselijke TV zender (OOG-TV) kijkt in 2003 wekelijks 46 % van de Groningers. TV Noord is de publieke zender voor de provincie Groningen (met in 2009 een kijkdichtheid van 19.7 %). In maart 2009 kondigt het Dagblad van het Noorden een eigen tv-zender aan (1TV) De Groninger Internet Courant (1997) trekt in 2005 meer dan 1.5 miljoen pageviews. Ook het Dagblad van het Noorden heeft een nieuwssite.
| Omhoog |
|
| 365 | In november 1999 zijn de plannen bekend gemaakt voor het multifunctioneel sport- en leisurecomplex Euroborg in het nieuwe woongebied De Linie. Het complex omvat onder meer een nieuw stadion (22.000 plaatsen) voor de F.C. Groningen, een bioscoop, een casino, een wellnesscentrum en onderwijsvoorzieningen. Het stadion - inmiddels wel aangeduid als 'de groene kathedraal' - is in januari 2006 in gebruik genomen (en het Stadion Oosterpark uit 1933 gesloten). Een uitbreiding van het aantal zitplaatsen tot 35.000 lijkt mogelijk; de gemeente Groningen zal daaraan evenwel niet meewerken (2008). In 2006 wordt een haalbaarheidsonderzoek aangekondigd naar de aanleg van een golfbaan op een terrein ten noorden van het in ontwikkeling zijnde bedrijvenpark Westpoort. Het Congres- en tentoonstellingscentrum Martinihal (1969), annex Evenementenhal (1971) is in 2002 nog aangevuld met het Martinitheater (1.500 zitplaatsen) en een sporthal. Het centrum heet nu Martiniplaza. | Omhoog |
|
| 366 | | Omhoog |
|
|
| 371 | De bouw van een nieuw Huis van Bewaring (op bedrijventerrein Westpoort), aangekondigd in 2002, gaat niet door (2004). In 2006 wordt het agressiedetectiesysteem met camera's in de binnenstad uitgebreid met microfoons die agressieve en angstgeluiden registreren en melden. | Omhoog |
|
|
| 372 | In het begin van de eeuw worden de voortgaande internationalisering van het bedrijfsleven en de ontwikkeling van een kenniseconomie gezien als de belangrijkste trends in het economisch leven. Kansrijke mogelijkheden voor Groningen worden vooral voorzien in sectoren als: - de nanotechnologie mrt de ambitie uit te groeien tot het belangrijkste Europese Nano Sciencecentrum;
- de 'life sciences', met name de biomedische en de biofarmaceutische sectoren; gestreefd wordt ook naar een vooraanstaande positie rond het thema 'healthy ageing'.
- in bedrijfstakken als de zakelijke en verzorgende dienstverlening.
| Omhoog |
|
| 373 | Het Noorden als geheel presenteert zich in het begin van de eeuw als energieregio van Nederland : Energy Valley'. De stad herbergt sinds 2003 het Energy Delta Opleidingsinstituut en een researchcentrum onder die naam. In 2009 wordt - onder meer door de plaatsing van het kunstwerk 'Aardgasmolecule' op de A7 - herdacht dat in 159 het aardgasveld bij Kolham (Slochteren) operationeel is geworden. Het bevat na 50 jaar nog een derde (1.000 miljard m3) van de oorspronkelijk aanwezige hoeveelheid aardgas. | Omhoog |
|
| 374 | Groningen telt in 2000 plm. 117.000 arbeidsplaatsen (< 15 uur per week). In 2009 zijn het 134.200 arbeidsplaatsen, waaronder plm. 30.000 in de binnenstad. Daarvan is 10 % rechtstreeks gerelateerd aan informatie- en communicatietechnologie (450 bedrijven); 15 % wordt gerekend tot de creatieve sector. De helft van de arbeidsplaatsen wordt ingenomen door personen die niet in Groningen wonen. Omgekeerd is bijvoorbeeld 47 % van de arbeidsplaatsen in de provincie Groningen gesitueerd in de stad; 40 % van de stedelijke beroepsbevolking werkt buiten de stad. De grootste werkgever is het UMCG met 10.000 werknemers (en 1.2. miljoen bezoekers per jaar). - Van de beroepsbevolking in de stad (dan 78.000 personen) is begin 2000 17.5 % (volgens de NWW-definitie) werkloos. In 2008 zijn die percentages met een derde gedaald. Bij vooral allochtone groepen (o.m. Antillianen) loopt het percentage werklozen op tot 30 % en meer.
Uitkeringsgerechtigd wegens arbeidsongeschiktheid is in 2006 6 % van de beroepsbevolking.
| Omhoog |
|
| 375 | In 2005 wordt aangevangen met het bouwrijp maken van het nieuwe bedrijventerrein Westpoort. De bouw van het eerste bedrijf begint in 2008. Rond 2005 staat de toekomst van de twee Groningse suikerfabrieken op het spel, als direct gevolg van wijzigingen in het Europese beleid voor de suikerbietenteelt (verlaging productiequota, daling prijsniveau). Met de verwerking van suikerbieten zijn in de stad 500 arbeidsplaatsen verbonden. In 2006 wordt de de 'Fries-Groningse beetwortelsuikerfabriek'in de stad (1914) verkocht aan de eigenaars van de fabriek in Vierverlaten. In 2008 wordt het bedrijf echter gesloten en naderhand gesloopt. Vooralsnog krijgt het vrijgekomen terrein geen nieuwe bestemming. De sinds 1828 bestaande Kamer van Koophandel voor Groningen fuseert per 2008 met de Kamers in Friesland en Drenthe, maar behoudt de hoofdvestiging in Groningen. | Omhoog |
|
| 376 | Het woonwarenhuis IKEA (1997) krijgt in 2005 in een nieuwe vestiging een omvang van 30.000 m2, in 2009 nog uit te breiden tot 42.500 m2. De zeker al in de 13e eeuw bestaande veemarkt wordt in 2001 gesloten. De veemarkten in Nederland kunnen veelal niet meer voldoen aan de milieu-eisen die de rijksoverheid stelt. De ambulante handel in het stadscentrum telt plm. 140 kramen (2008). | Omhoog |
|
| 377 | Het belang van de stad als kennis- en innovatieknooppunt - tevens banenmotor - wordt ondersteund door een publiciteitscampagne onder de naam 'Groningen, City of Talent'. Het aantal toeristen dat Groningen bezoekt vertoont in het eerste decennium van de eeuw een sterke stijging. In 2009 zijn er 332.500 overnachtingen (van 133.000 personen), waaronder 25 % buitenlanders. Jaarlijks worden in Groningen rond de 70 congressen gehouden (met 50.000 deelnemers). | Omhoog |
|
© 1998, 2010 Kor Feringa, in samenwerking met Grunn.nl
|