• Menu
  • Historie
     
    Email ons!
     
  • GRUNN.NL: Weetjes

  • 'De Maagd van Groningen' - Otto Eerelman. Allegorische voorstelling van de bevrijding van Groningen uit de vestingwallen in 1878 en hare wijding aan handel en nijverheid, kunsten en wetenschappen. De Groningse Stedemaagd, in de hand ontsloten boeien; op de achtergrond gezicht op de stad; onder en rondom haar voeten symbolen van wijsheid, nijverheid enz. - schilderij hangt in de oude Raadszaal in het Stadhuis.
    De vlag van de stad Groningen bestaat uit drie banen van gelijke breedte, waarvan de middelste groen en de buitenste banen wit van kleur zijn. Op Gronings eigen feestdag, 28 augustus, wappert de vlag met de aloude stadskleuren van stadhuis, torens en gemeentelijke gebouwen. Op het schilderij van Otto Eerelman (o.a. bekend van de voorstelling van de paardenkeuring op 28 augustus) in 1920 geschilderd voor de toenmalige trouwzaal, houdt de stedemaagd de wit-groen-witte vlag triomfantelijk vast.



  • De stad Groningen is in 1819 door de Hoge Raad van Adel bevestigd in het bezit van het door haar vanouds gebruikte wapen. Het wapen is als volgt omschreven:"Een schild van goud beladen met een dubbele zwarte arend, met gespreide vleugelen en poten, hebbende op deszelfs borst een schildje van zilver, beladen met een groene dwarsbalk, het schild bedekt met een gouden kroon en ter wederzijde vastgehouden door een zwarte arend".

  • Voor de niet-Groningers onder u: het betreft hier het Groninger Volkslied. Let wel: van de Provincie Groningen. Bij ons weten is er geen volkslied van alleen de stad.
    De tekst voor dit lied werd in 1919 geschreven door Geert Teis Pzn.uit Stadskanaal. G.R. Jager uit Slochteren componeerde de muziek. Het geheel werd door Frieso Molenaar gearrangeerd. De tekst van het Gronings volkslied luidt als volgt:

    Van Lauwerszee tot Dollard tou,
    Van Drenthe tot aan 't Wad,
    Doar gruit, doar bluit ain wonderlaand,
    Rondom ain wondre stad.
    Ain pronkjewail in golden raand
    Is Grönnen, Stad en Ommelaand;
    Ain pronkjewail in golden raand
    Is Stad en Ommelaand!

    Doar broest de zee, doar hoelt de wind,
    Doar soest 't aan diek en wad,
    Moar rustig waarkt en wuilt het volk,
    Het volk van Loug en Stad.
    Ain pronkjewail in golden raand
    Is Grönnen, Stad en Ommelaand;
    Ain pronkjewail in golden raand
    Is Stad en Ommelaand!

    Doar woont de dege degelkhaaid,
    De wille, vast as stoal,
    Doar vuilt het haart, wat tonge sprekt,
    In richt- en slichte toal.
    Ain pronkjewail in golden raand
    Is Grönnen, Stad en Ommelaand;
    Ain pronkjewail in golden raand
    Is Stad en Ommelaand!


    DiepTriest - Ain Pronkjewail LIVE
    G.R. Jager, G. Teis

  • Eén van de bekendste Groninger volksliedjes is "Het Peerd van Ome Loeks". Het lied is niet zomaar ontstaan, maar is gebasseerd op een gebeurtenis die jaren geleden plaatsvond. Loeks was de Groninger Lucas van Hemmen, die werd geboren in de Slingerij aan de A-weg in Groningen. Dit horecabedrijf deed tevens dienst als paardenstalling. Op marktdagen kwamen de boeren van heinde en ver en stalden er hun paarden. Lucas groeide dan ook in de paardenwereld open werd jockey. Rond de eeuwwisseling had hij al naam gemaakt door zijn deelname aan (inter)nationale draverijen.

    Toen hij 25 jaar oud was noemde men hem al 'Ome Loeks'. Naast de vele successen die Lucas had, kreeg hij ook enkele tegenslagen te verduren. In 1910 overleed namelijk een van zijn laatste paarden. Het dier had een stalknecht aangevallen en om hem te ontzetten greep van Hemmen een riek waarmee hij het paard in de neusvleugel stak. De wond was niet groot, maar het dier kreeg daardoor krampkoliek en stierf drie dagen later. Een paar jongens die van Hemmen treurend bij zijn paard aantroffen, plaagden hem echter en begonnen plotseling te zingen:

    't Peerd van Ome Loeks is dood, Loeks is dood, Loeks is dood,
    't Peerd van Ome Loeks is dood, hailemoal dood.
    Guster nog goud gezond, sluig e mit steert in 't rond
    't Peerd van Ome Loeks is dood, hartstikke dood.

    Bij deze ene keer bleef het niet. Tot aan zijn dood in 1955 werd dit lied gezongen. Vier jaar eerder was het lied zo beroemd dat er een beeld werd onthuld tegenover de Sint Jozefkerk aan de Radesingel. Jaren later kreeg Groningen nog een tweede 'peerd'. Dat beeld is gemaakt door beeldhouwer Jan de Baat uit Amsterdam. Het staat tegenover het Centraal Station en heeft heel wat kritiek moeten doorstaan voor het door de inwoners werd geaccepteerd als het 'Peerd van Ome Loeks'.

  • Gastenboek
  • Lees en schrijf het gastenboek
  • Email ons