|
Groei in Groningen
In november 1956 kwam broer Jan uit dienst bij de Koninklijke landmacht. Hij werd door Bert bij enkele klanten geïntroduceerd, en kreeg daarna het rayon Overijssel, Gelderland en Utrecht toegewezen.
Ik had toen al enige tijd de leiding op het kantoor waar toen reeds 4 meisjes en een boekhouder werkten, terwijl een vroegere klasgenoot, Jaap Kwant, na zijn vervulling van zijn dienstplicht opnieuw was aangenomen en de honneurs op het magazijn waarnam. Voor de verkoop in de zuidelijke provincies was een vertegenwoordiger aangesteld (de heer de Nennie).
De volgende jaren werden gekenmerkt door een stijgende vraag naar losse colberts waarbij meerdere pantalons gedragen konden worden, hetgeen een sterk stijgende vraag naar pantalons opleverde. Ook werd in die tijd meer aandacht geschonken aan de modellering en afwerking. Voorheen was een pantalon ruim en had een omslag in de zoom van circa 5 cm, dit veranderde in pantalons die soms met en soms zonder omslag waren en in diverse voetwijdtes geleverd moesten worden.
Deze voetwijdtes waren soms per regio en soms zelfs per klant verschillend. Tevens werden nu pantalons gevraagd in diverse modellen resp. ruim, slank en super slank.
Groningen was in die tijd een echte confectiestad met o.a. kostuum fabrikanten (de zogenaamde Stijlgroep Groningen) en regenkleding fabrikanten. Wij waren de enige pantalon fabrikant.
Het grote probleem was in die tijd om voldoende personeel (de zogenaamde modinettes) te krijgen. In dat opzicht was er eveneens een moordende concurrentie en probeerde men elkaars personeel weg te kapen door een hoger loon en betere voorwaarden te bieden.
Dit werd later noodgedwongen opgelost doordat alle confectie fabrikanten in Groningen de koppen bij elkaar staken en de afspraak maakten elkaars personeel niet meer aan te nemen zonder goedkeuring van de betreffende werkgever.
Foto's en teksten: H.W. Weeber - 1999
Copyright: © 2010, H.W. Weeber
|