|
De eerste pantalons
In maart 1953 werd de gehele technische staf van de firma Rademaker Confectiefabriek te Meppel
door mijn vader overgehaald om bij hem te komen werken, zodat een fabriek in herenpantalons
gestart kon worden.
Tevens werd een nieuwe bankrelatie gezocht die het benodigde krediet kon verschaffen. Dit werd de
Amsterdamsche bank aan de Grote Markt te Groningen.
De genoemde technische staf bestond uit de heren Fritz Meijer(technisch directeur) de heer Cas
Orsel (chef coupeur) en de heer Gosse Smit (bedrijfsleider), allen Groningers die toch wel weer
graag terug wilden naar het pronkjuweel van het noorden. Mijn vader werd commercieel directeur
en bezat alle aandelen. Broer Bert die tot dan in agenturen handelde, werd overgehaald om de
verkoop van de pantalons op zich te nemen.
In augustus 1953 stond ik op het punt naar Canada te emigreren. Ik was al opgeleid tot stukadoor
(zonder vakopleiding kreeg je geen vergunning om te emigreren), maar de bedoeling was om samen
met mijn vriend Cor Wierenga in de handel te gaan (used cars). Ook was een vriendinnetje van mij
naar Canada geëmigreerd. In de zomervakantie ontmoette ik echter een zekere Truus Overmars die
op mij een onuitwisbare indruk maakt en mijn emigratie plannen op een laag pitje zette.
Mijn vader haalde mij over om voor onze zaak als vertegenwoordiger te gaan werken en ik kreeg
de provincies Brabant, Limburg en Zeeland toegewezen. Mijn vader bezocht de klanten in de
noordelijke provincies, terwijl Bert de overige provincies voor zijn rekening nam.
Foto's en teksten: H.W. Weeber - 1999
Copyright: © 2010, H.W. Weeber
|